Mirjam de Bruin: ‘Wetgeving geneesmiddelenreclame solide’

Mirjam de Bruin: ‘Wetgeving geneesmiddelenreclame solide’

12 maart 2018

‘Recordboetes farmaceuten’, ‘Meer sponsorgeld voor zorgaanbieders’. Ondanks zorgelijke berichten in de media blijkt de reclamewetgeving voor ‘receptplichtige’ geneesmiddelen solide en het toezicht deugdelijk. Dat concludeert Mirjam de Bruin in haar promotieonderzoek.

Sinds 1992 is er Europese wetgeving voor geneesmiddelenreclame. Deze Europese wetgeving staat reclame toe voor ‘receptplichtige’ geneesmiddelen gericht op voorschrijvers en apothekers, maar stelt hier strenge eisen aan. De Europese wetgeving is in Nederland langs twee wegen uitgewerkt: de Geneesmiddelenwet, en de Gedragscode voor geneesmiddelenreclame, oftewel de ‘zelfregulering’. Deze zelfregulering is bindend voor de leden van een groot aantal branche- en koepelorganisaties.

Solide en functioneel

‘Afgezien van een enkele constructiefout kunnen de wetgeving en zelfregulering worden aangemerkt als solide en functioneel’, zegt De Bruin. ‘De twee vormen van regulering en het systeem van duaal toezicht vullen elkaar aan en hebben nu nut bewezen.’ Volgens de promovenda zijn de Europese eisen in Nederland behoorlijk doorontwikkeld, en zijn de normen streng.

Toegevoegde waarde

De onderzoekster erkent het maatschappelijk onbehagen dat zo nu en dan de kop opsteekt over de beïnvloeding van voorschrijvers door de farmaceutische industrie. De Bruin: ‘Tegenover dit sentiment staat dat er nauwelijks onderzoek is gedaan naar de regulering voor geneesmiddelenreclame. Ik kan nu concluderen dat de keuze van de wetgever om ook de partijen zelf een rol te geven bij het toezicht op geneesmiddelenreclame juist van grote toegevoegde waarde is.’

Duaal toezicht

De promovenda heeft alle boetebesluiten van de Minister van VWS en de uitspraken van de zelfregulering onderzocht. Het blijkt dat slechts 38% van het totale aantal boetebesluiten gericht is aan een vergunninghouder of fabrikant van een geneesmiddel. De meeste boetebesluiten (46%) zijn gericht aan commerciële aanbieders van geneesmiddelen.

Het merendeel van de door de Inspectie geconstateerde overtredingen heeft betrekking op reclame-uitingen (84%). Hierbij gaat het in 75% van de gevallen om overtreding van art. 84 lid 1 Gnw (het verbod op reclame voor geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning is verleend) en art. 85 onder a Gnw (het verbod op publieksreclame voor receptplichtige geneesmiddelen). Opvallend is ook het relatief beperkte aantal beboete overtredingen van het verbod op het zogeheten ‘gunstbetoon’.

Promotie

Op 16 maart 2018 verdedigt Mirjam de Bruin haar proefschrift getiteld Regulering van reclame voor receptgeneesmiddelen. Promotoren zijn prof. dr. J. Legemaate en prof. dr. H.G.M. Leufkens (Universiteit Utrecht).

Gepubliceerd door 
Faculteit der Rechtsgeleerdheid

Bron: UVA