Hertaling van Kees de Jongen

Foto: Tiny fisscher

JEUGDBOEK – Jeugdboekenauteur Tiny Fisscher uit Oost heeft een hertaling gemaakt van Theo Thijssens beroemde boek Kees de jongen. Waarom heeft ze dat gedaan en voor wie? Een interview.

Tiny, waarom wilde je dit beroemde boek in een nieuw jasje steken?

Kees de jongen is een van de ontroerendste boeken die ik ooit heb gelezen, maar het is voor het eerst in 1923 verschenen en de taal was intussen behoorlijk verouderd. Daardoor wordt het steeds minder gelezen en ik moest er niet aan denken dat over een jaar of twintig niemand meer wie Kees Bakels is.

Wie is Kees Bakels?

De hoofdpersoon uit Kees de jongen, de oudste zoon van een schoenwinkelier. Het gaat niet goed met de zaak en dan wordt ook vader nog eens ernstig ziek. Treurnis alom. Maar Kees is een dromerige jongen met een grote fantasie en in zijn hoofd is hij de held, een mensenredder, een beroemdheid. Als mensen toch eens wisten wie hij was! Zijn fantasie houdt hem overeind.

Ik denk dat veel mensen dat herkennen. Wie wil er nou niet gezien worden?

Precies! Dat is ook waar dit boek over gaat: over gezien en gewaardeerd willen worden. Wie wil dat nou niet, en al helemaal: welk kind wil dat niet? Daarom wilde ik dit boek ook dolgraag ontsluiten voor kinderen. Het is nooit een kinderboek geweest, maar het gaat over een 12-jarige jongen met de dromen, wensen en verlangens van een 12-jarige jongen, dus waarom zou het ook geen kinderboek kunnen zijn?

Betekent dit dat jouw versie alleen voor kinderen geschikt is?

Nee, zeker niet. Ik heb de hertaling gemaakt voor een breed publiek, voor jong en oud. Er zijn nog steeds veel meer mensen die het niet hebben gelezen dan wel, en met mijn hertaling kan nu een heel nieuw publiek met Kees kennismaken.

Waarom is het voor kinderen een mooi boek, denk je?

Ten eerste speelt het zich een eeuw geleden af, een totaal andere tijd dan nu. Ik denk dat veel kinderen het heel interessant vinden om te lezen hoe het leven er toen uitzag. Voor kinderen heb ik ook een inleiding geschreven die daar iets over vertelt. Over poepdozen en strontkarren bijvoorbeeld, dat vinden kinderen altijd leuk. Verder zijn de fantasieën van Kees universeel en van alle tijden, ieder kind kan zich daarin herkennen. Ook de liefde speelt een grote rol. Kees is verliefd op een nieuw meisje in de klas, Rosa Overbeek, maar hij heeft geen idee hoe hij het moet aanpakken om verkering aan haar te vragen. Tot slot is het ook lekker zielig boek, met een vader die tbc heeft en dood gaat. Maar door de manier waarop Thijssen een en ander heeft opgeschreven, valt er ook genoeg te lachen. Het is zo’n boek waarom je kunt huilen en lachen tegelijkertijd. Dat gun je toch ieder kind. Het is overigens ook een geweldig voorleesboek. Ik hoop dus dat scholen het massaal weten te vinden, en ouders en opa’s en oma’s ook!

Heb je nog een oproep aan lezers van dit interview?

Ik zou scholen willen enthousiasmeren me uit te nodigen voor een auteursbezoek. Meer info opwww.tinyfisscher.nl. En als iemand me nog wat wil vragen, kan dat ook via die site.