Louis van Gaal over zijn ontslag

Foto: eigen archief

Beste vrienden van het Bestuur
Louis van Gaal kreeg de zak van Manchester United, got the sack, zeiden de meeste Engelse kranten. Plat, maar waar. Die mededeling kreeg hij niet eerst van het bestuur, nee, van zijn vriend José Mourinho, die het fatsoen had om zijn vriend Louis twee weken eerder al te vertellen dat United hem had gevraagd daar trainer te worden. Netjes, toch. Het bestuur van de Verenigde handelde dus helemaal niet netjes. Danny Blind wist in het vliegtuig naar Portugal, naar het Nederlands elftal, nog niks van het ontslag van Louis. Nee, eerst moest toch maar even die Cup gewonnen worden, en moest de beurs van New York openen, voordat het zwaard zou vallen over de hele trainingstaf. Zo doe je dat als Amerikaans voorzitter en multimiljonair. Zondag, in zijn riante appartement in Manchester, maakte Louis al een opzetje, naast Truus gezeten, van zijn afscheidsspeech voor bestuur en pers. Ik kon er de hand op leggen, en wil u die niet onthouden.
“Beste vrienden van het bestuur,
Ik was nog aan het feestvieren, met de Cup in handen. Toen hoorde ik dat het feest al ten einde was. Dat het juichen moest stoppen. Het was over en voorbij. Leuk dat cupje, zei u, maar we sturen u de laan uit, de oprijlaan van ons trotse, waardige United. Altijd verenigd, met elkaar doen we het. Zo deden we het dit jaar, ook met de vele blessures. Op een doelgemiddelde na misten we de voorronde van de Champions League. Maar we wonnen de vermaarde Cupfinal. Met een schitterende goal. Drie jonge spelers uit eigen kweek braken door, eentje zit nu al in het Engelse elftal. Ik ben een opbouwtrainer, geef jongeren de kans. Ik had de pech dat Rooney niet meer de doelpuntenmaker is, die hij altijd was. Het was tijd om hem om te vormen tot middenvelder. Dat slaagde al prima. Depay, ja, dat was een tegenvaller, die moet nog veel leren. Maar hij heeft zeker talent. Met een, twee aankopen voor de aanval hadden we verder kunnen bouwen. Ik had daar met u, bestuur, deze week over willen vergaderen, want ik hoorde niks, ging er vanuit dat u achter mij stond. U was net zo achterbaks als de meesten van de pers. Maar zij waren nog zo eerlijk om openlijk al een half jaar aan mijn stoelpoten te zagen. Ja, zo zeggen we dat in Holland. To saw my chair-legs…. Not through, but partly through, so that finally I fall. So I fell after the Final. You understand? Een misselijke streek. Ook naar mijn collega’s van de staf toe. Ik had wel zonder geld toe willen vertrekken. Maar nu, na dit achterbakse gedoe, wil ik zes miljoen toe. Mijn advocaat zal dit verder afwikkelen. Ik ben woedend, hij kan dit beter doen nu. Wilt u in ieder geval zo beleefd zijn om mijn ontslag pas te melden als ik in het vliegtuig naar Portugal zit? Ik heb het wel gehad met u, met interviews en met de pers. Ook met die fluitende supporters trouwens, van deze grote club. Ik heb het, binnen de mogelijkheden, prima gedaan. U bent mijn kennis en ervaring niet waard gebleken.”
Truus boog zich daarna over de tekst, en keek bedenkelijk. “Zou je niet voor één keer over je principe van eerlijkheid heen kunnen stappen, Louis? Die zes miljoen moeten we nu ook weer niet in gevaar brengen. Ook al heb je gelijk. Een tactische brief op de website van de club vind ik toch handiger. Truus en Louis werden het eens, united in love. And tactics. Even maar was Louis niet zichzelf.

Henk van Kuijk