Johan Cruijff, zijn laatste schijnbeweging

Foto: en.wikipedia.org

Un monumento dado

Johan Cruijff heeft ons, en het voetballeven verlaten. Het ging vooruit met hem, zei hij onlangs, de artsen waren zeer kundig. Dat kan ook een tijdje best zo zijn geweest. Maar de ziekte is grillig, kan plotseling counteren. En dan verlies je toch. Nog één keer waren we door Johan op het verkeerde been gezet. De laatste schijnbeweging, waar we zijn ingetuind. Net als de tuinen in betondorp, en de poortjes, waarin jochie Johan de bal vaak liet stuiteren. Misschien dacht hij: even die analyse van PSV-Ajax doen, en een laatste waarschuwing aan Ajax geven om nu die voorsprong wel vast te houden, tegen zich ingravende tegenstanders. En dan kan ik rustig vertrekken. Maar ja, wel met veel nadelen, en weinig voordelen, voor ons. Nu begint het grote terugblikken. Ook voor mij. Ik ben – was – één maand jonger dan Cruijff. Ik heb ook uij in mijn naam. Ik heet Hendrikus Maria, hij Hendrikus Johannes. Ik voetbalde bij eersteklasser Lenig en Snel in Den Haag, hij ….. u weet het. Ik doe niet mee aan de wedstrijdvraag: Wie is de beste voetballer ter wereld? Simpelweg omdat de spelers die vergeleken worden – Pelé, Maradonna, Messi en Ronaldo – te verschillend zijn in hun bewegen, techniek, spelinzicht en optreden naar buiten toe. Maar in bewegen en tactisch inzicht is Johan voor mij de beste ter wereld, al lang. Jaja, hoor ik u roepen, waaruit blijkt dat dan? Wel, ik heb een film, die u zo op Youtube kunt bekijken: “Un momento dado”. “Op een gegeven moment”, Cruijff vertaalde dat simpelweg door naar, ongewoon, Spaans. In die film kunt u prachtig zien hoe harmonisch, langzaam en flitsend, Cruijff bewoog met en rond de bal. Voetbal is een sport van beweging, wendbaarheid, atletiek van sprint tot lange afstand, de schijnbeweging ook. Vol bewondering zag ik hoe hij altijd messcherpe of gemene tackles als een gazelle ontweek. Lenig en snel. Ik kan me niet heugen dat hij ooit zwaar geblesseerd was. Dan, zijn spelinzicht. Daarin was hij vele malen beter dan de andere genoemde spelers. Die kunnen een team niet dragen, niet regisseren, dirigeren. Pelé kon Brazilië niet dirigeren, Messi kan Argentinië niet regisseren, Ronaldo Portugal niet. En Robben kan dat niet met het Nederlands elftal. Wel jammer, slechts 48 interlands van de dirigent. Veel te weinig. De erfenis voor ons van zijn inzicht is op de eerste plaats de “Hollandse School”. Ik mocht eens voor een proftoernooi in Nederland contact leggen met Barcelona, voor deelname van een jeugdteam, en Nou Camp bekijken. Onmiddellijk viel daar de term “Naranja Mechanica”. Letterlijk vertaald: “De mechanische sinasappel”. Toen ik eens in Ierland was, en sprak met Spaanse studenten Engels hoorde ik het weer. Het Hollandse totaalvoetbal. De Oranje Machine. Met die erfenis moeten we nu echt beter omgaan, ons nationale team is steeds defensiever gaan voetballen. Ja, ook op het WK, ondanks de derde plaats. Niet goed. Want, laten we het niet vergeten: in één adem met Cruijff noemen we Keizer en Swart. Handige, technische buitenspelers met een fraaie voorzet. Waar zijn ze? Die kweek je door 4-3-3 te spelen, en niet 5-3-2. Nu praat men vooral over spitsen. En dan nog een belangrijke erfenis van Johan: de “Cruijff Courts”. Een prachtig, creatief, modern idee, gebaseerd op de gedachte dat je vroeg moet beginnen met het spelletje, elke dag moet spelen, en dat dat niet meer op straat kan. Ik was niet altijd gecharmeerd van alle bemoeienissen van Cruijff, maar dit nadeel had ook een voordeel: het court was een schitterende, blijvende bemoeienis voor de toekomstige jeugd. Er moeten er nog veel meer komen. Un monumento dado.

Henk van Kuijk